Zoek naar boeken op
 
 
 
 
 

In de pers

 

Veellezer dankzij zijn pa

 
 
 
Mirjam Noorduijn, 12 maart 2024
 

Sinds hij in 2019 samen met Karel Gerlach en Milo Driessen de Nederlandse muziekwereld is binnen komen stormen, leidt Goldbandzanger Boaz Kok een druk bestaan. Toch zei hij 'ja' toen hem werd gevraagd of hij leescoach bij De Weddenschap wilde worden. En zelfs voor dit interview vond hij een gaatje tijd: 'Zo hoop ik de jeugd te inspireren.'

Als Boaz inbelt is het scherm nog zwart. 'Als je het niet erg vindt, poets ik mijn tanden nog even, ' klinkt het dan. Een vrij ongewone begroeting, maar gelukkig is het niet nodig te wachten met vragen stellen: breed grijzend verschijnt hij even later voor het scherm, gewapend met een tandenborstel, en bewijst vervolgens dat hij een geboren multitasker is. Ja, bevestigt hij, hij heeft altijd veel gelezen. En ja, dat doet hij nog steeds. Waarom hij dat doet, vindt hij nogal vanzelfsprekend: 'Het lezen van een goed boek brengt je zo veel meer dan wanneer je swipend op je smartphone zit. Het stimuleert je fantasie, het geeft je een breder perspectief op het leven en op taal, het spreekt je emoties aan en roept een bepaald gevoel op. Wat dat betreft kun je het lezen van een boek vergelijken met het luisteren naar het verhaal dat de liedjes op een album je vertellen.'

Waar komt die passie voor verhalen vandaan? 'Veel voorgelezen ben ik niet - ik kan me dat in ieder geval niet herinneren - maar mijn ouders vertelden wel altijd verhalen, gewoon uit hun hoofd. En ik kreeg boeken. Vooral van mijn vader: mijn pa leest echt veel - van alles en nog wat: fictie, non-fictie, gedichten... Die schrijft hij trouwens zelf ook, als hobby. Mijn ouders zijn gescheiden en tot mijn twaalfde woonde ik bij mij moeder. Maar tijdens mijn middelbareschooltijd kwam ik vaak bij mijn vader over de vloer: de school was om de hoek waar hij woonde. Hij gaf mij standaard rond Sinterklaas of kerst een boek. [Luid lachend] Hij heeft mij niet alleen goed leren tandenpoetsen, maar ook bijgebracht hoe inspirerend lezen is.'

Op wat voor school zat je eigenlijk? 'Ik ben begonnen op het vwo, maar zakte snel af naar de havo en eindigde op het vmbo: ik heb nooit een reet uitgevoerd. Uiteindelijk ben ik met vlag en wimpel geslaagd. Mijn droom was om acteur te worden, dus toen ben ik naar de toneelschool gegaan, de MBO Theaterschool. Die heb ik net niet afgemaakt. Daarna kwam ik in het nachtleven terecht, bij PIP, het cultuurbordeel van Den Haag. Daar werkte ik onder meer als animator en maakte seksueel getinte decors. Bij PIP kwam ik Milo en Karel weer tegen - ik kende ze al langer - en zij hebben me overgehaald in de muziek te stappen. Dat ligt wel in het verlengde van acteren, ja: ik lees niet alleen graag verhalen, maar houd er ook van ze zelf te vertellen. En te schrijven trouwens - ik heb allerlei korte verhaaltje, gekke dingetjes, geschreven. Misschien ga ik daar nog eens iets mee doen.'

Nog even terug naar de boeken die je vader cadeau gaf - wat waren dat voor boeken? 'Zal ik er eens een paar bij pakken? Ik zit wel midden in een verhuizing, maar de meeste zitten nog niet in dozen. [Loopt rond] Dit boek bijvoorbeeld - De 13 ½ levens van Kap'tein Blauwbeer van Walter Moers. Ik denk dat ik net op de middelbare school zat toen ik dat las. Dat boek is echt heel leuk om te lezen - nog steeds: het is spannend en grappig, vol woordgrapjes en verwijzingen naar van alles en nog wat. De zwart-wittekeningen passen bovendien goed bij de tekst en de emoties van Blauwbeer die van de ene chaotische situatie in de andere belandt, maar door zijn moed en optimisme standhoudt. Het verhaal is een soort metafoor voor alle problemen die je tijdens je leven kan tegenkomen en moet zien te overwinnen. Wat ik ook van mijn pa kreeg toen ik zo'n jaar of twaalf, dertien was, is dat boek van Susanna Clarke, Jonathan Strange & Mr. Norrell, over een oude tovenaar en zijn leerling die de magie terug willen brengen in Engeland. Fantasy was sowieso goed aan mij besteed: De Hobbit, In de ban van de ring - die klassiekers heb ik allemaal gelezen, al las ik met evenveel plezier Joe Speedboot van Tommy Wieringa. Of Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao, een magisch-realistisch verhaal van Junot Díaz - een Amerikaans- Dominicaanse schrijver - over een jongen met overgewicht die geobsedeerd is door science#ction en fantasyromans, maar ervan droomt verliefd te worden.'

Je houdt dus van allerlei genres, maar wat maakt een boek goed voor jou? 'Het moet sowieso meeslepend geschreven zijn, zodat je echt in het verhaal wordt meegezogen. Eigenlijk werkt een boek voor mij het beste als ik het als een #lm voor me kan zien. Voor de boeken die ik net genoemd heb, geldt dat zeker. En ik vind taal onwijs belangrijk: de taal die een schrijver gebruikt moet passen bij wie de personages zijn. Je moet niet de stem van de schrijver erdoorheen horen, dan komt het geforceerd over. Ik vind de Nederlandse taal prachtig. Engels klinkt vaak mooi, maar als je je eigen taal niet goed beheerst, gaat dat ten koste van de emotionele nuance die je wilt overbrengen en kan je je niet goed uiten. Ik houd ervan om te puzzelen met woorden en te zoeken naar een zekere flow en goede cadans. Daarmee bedoel ik bijvoorbeeld dit: "muzikale motivatie/ geniale combinatie/ want we halen inspiratie/ uit bepaalde situaties". Of ik ook gedichten lees? Zeker: Lucebert heb ik hier staan. En voor school moest ik Shakespeare lezen. Ja, zijn sonnetten. Die zijn niet per se makkelijk, dat klopt, maar naarmate ik ze begon te ontleden, begreep ik ze beter en raakten ze me.'

Zijn er dichters of liedtekstschrijvers die je als voorbeeld hebt? 'Dan denk ik gelijk aan Jules Deelder: hij droeg zijn gedichten natuurlijk voor op het podium en performde over de muziek heen. En Theo Wesselo, van het absurdistische VPRO-programma Rembo & Rembo en de band Hausmagger waarmee hij Nederlandstalige pop brengt en schrijft. Wie eigenlijk ook gewoon dichters zijn, zijn de jongens van Opgezwolle, een voormalige rapgroep uit Zwolle: ze beheersen de Nederlandse taal zonder meer ontzettend goed. In mijn middelbareschooltijd keek ik enorm naar ze op. Ja, die hebben me absoluut geÏnspireerd.'

Wat lees je nu? 'Nu? De boeken voor De Weddenschap. Maar daarvoor was ik bezig in "Sapiens" van Yuval Noah Harari: tweehonderdduizend jaar geschiedenis van de mens, van jager tot boer, tot wie we nu zijn - pittige kost, maar heel fascinerend. Ik moet bijna naar mijn volgende afspraak - [het hoofddeksel wordt opgezet] - maar wat je misschien nog kunt noemen, is "De man die alles had", de debuutroman van een maatje van me, Dario Goldbach. Hij schrijft over een dertiger bij een groot techbedrijf, en over hoe hij door de excessen van het kapitalisme in een neerwaartse spiraal terechtkomt. Dario schrijft zoals hijzelf is. Dat vond ik erg leuk om tijdens het lezen te merken.'
Categorie Interview


< overzicht