Lessuggesties

 

Na het lezen nog wat extra's doen? Hier zijn een aantal lessuggesties om De Weddenschap voor jou en de leerlingen nog leuker te maken. De lessuggesties komen onder andere van Anika Verschuur in het kader van de pilot dBos en Praktijkonderwijs en De Weddenschap voor Praktijkonderwijs, Biblionet Groningen, Manon Sikkel Kinderboekenambassadeur van 2019-2022, Nieuws in de klas, VO-Content in WikiWijs.
Kies een opdracht die je het meest aanspreekt en het beste bij jouw leerlingen past. Natuurlijk kan je ook je eigen opdrachten inzetten. Hiervoor kan je zelf nieuwe opdrachten aanmaken of delen van bestaande opdrachten gebruiken en op maat maken voor je eigen leerlingen.
Hieronder staan een paar voorbeelden van opdrachten voor verschillende niveaus om al mee aan de slag te gaan!
 
 
 

1Dagstarters


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

Het boek "Terra ultima" (Raoul Deleo) is een bijzonder boek dat de Woutertje Pieterse prijs won in 2022. De Woutertje Pieterse Prijs is een prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige kinder- of jeugdboek. De jury bekroont sinds 1988 kinderboeken die uitzonderlijk zijn voor wat betreft taal, genre, thema, illustratie, vorm en/of vormgeving. Het doel van de prijs is het bevorderen van de kwaliteit van het Nederlandstalig kinder- en jeugdboek. Kijk hier voor meer informatie over de prijs én de gratis lessuggesties bij alle nominaties.

Het boek leent zich goed om passages uit voor te lezen. Maar begin altijd met het toelichten van de vorm van het boek, want het boek wordt gepresenteerd als een waargebeurd verhaal.

Ontdekkingsreiziger Raoul Deleo vond Terra Ultima na een jarenlange zoektocht. Met kleurrijke, gedetailleerde tekeningen doet hij verslag van zijn expedities en van de wonderbaarlijke dieren, planten en landschappen die hij er aantrof.
Terra Ultima zorgde al voor opwinding binnen de wetenschap. Maar nu kan iedereen kennis maken met het onbekende werelddeel. Speciaal voor dit boek kreeg Noah J. Stern, collega- ontdekkingsreiziger en bioloog, toegang tot het archief van Deleo. Hij maakte een representatieve selectie van prenten en aantekeningen, zodat iedereen zich een beeld van dit fascinerende, nieuwe werelddeel kan vormen.

Introductie van het boek
Je kunt het boek introduceren door de zogenaamde boektrailer te bekijken.
Vraag de leerlingen hun ogen te sluiten of hun hoofd op tafel te leggen. Ze mogen alleen luisteren naar de geluiden van de trailer. Wat horen ze? Waar doet het ze aan denken? Welke beelden passen erbij? Wat zien ze voor zich? Er zijn geluiden van dieren en water te horen, regenwoudachtige omgevingen.
Start de trailer nog een keer en nu mogen de leerlingen wél kijken. Klopte de voorspelling? Laat daarna het boek zien.
De prachtige platen in het boek zijn ook veelvuldig op internet te vinden en daardoor makkelijk op het digibord te zetten zodat iedereen het goed kan zien. Op de afbeeldingen zie je combinaties van dieren en planten verwerkt tot nieuwe dier-of plantensoorten. Hier samen naar kijken, over praten en daarbij stukken uit het boek voorlezen ligt voor de hand en kan mooie gesprekken opleveren. Introduceer het boek door 1 afbeelding centraal te zetten en daar vragen bij te stellen.
Welk dier zie je hier? Bestaat het wel? Welke kenmerken van dieren zie je er in terug? Waar zou dit dier kunnen leven? En waarom? Zou jij dit dier willen zijn? Willen aaien?
Maak vanuit de afbeelding de overstap naar het boek en vertel waar het over gaat.

Wanneer de leerlingen het lastig vinden om losse kenmerken van dieren te benoemen bij de afbeelding, kun je samen filmpjes bekijken waarbij je steeds één dier ontworpen ziet worden door schrijver Deleo. Hierdoor wordt het makkelijker om losse onderdelen te benoemen, zoals “ik zie de vleugels van een libelle”, “het snuitje van een konijn”, “de staart van een schorpioen”.
Libellula Lagoformosa
Coccinellursus hexapedus
Testudo Medusa
Of bekijk de aflevering van Het Klokhuis die gaat over kunstenaar Raoul Deleo.

Je neemt een kijkje in zijn atelier en krijgt zo meer te horen over het boek en de illustraties. Ook zit er een leuke tekenopdracht in verscholen die je kan doen met je klas “zet een lijn op papier en maak hier een beeld bij”.

Wanneer je de leerlingen hebt laten kennismaken met het boek en er wat stukken uit hebt voorgelezen of platen hebt bekeken kun je overgaan tot de zogenaamde 'dagstarters'. Korte opdrachten die bij binnenkomst al op het digibord staan en die bedoeld zijn om de dag op een prettige manier te starten. Hieronder staan een aantal voorbeelden.

afbeelding1.png afbeelding2.png
opdracht3.png opdracht4.png

Je ziet dat de vorm van de opdrachten steeds verandert; kijk, schrijf, overleg en teken. Het zal de eerste dag misschien wat toelichting behoeven, maar leg de leerlingen uit dat ze de dagstarter proberen zelfstandig te lezen of laten voorlezen en dan proberen de opdracht uit te voeren. Na een paar minuten start je de dag met het praten over de opdracht. Wie wil er wat vertellen over zijn antwoord? En natuurlijk leg je dan de koppeling terug naar het boek Terra Ultima, door bijvoorbeeld de plaat erbij te pakken of een stukje voor te lezen.
Wanneer ze aan de dagstarters gewend zijn kun je eenvoudig andere opdrachten als dagstarter gebruiken, en wanneer je daar altijd een boek aan koppelt is het een eenvoudige en leuke manier van leesbevordering.

opdracht5.png

De foto's horen bij het boek "Waarom verdrinken vissen niet? en andere levensbelangrijke vragen over het dierenrijk" Van Anna Claybourne. Bij foto 1 hoort het verhaal: Waarom hebben mensen geen staart? Bij foto 2 hoort het verhaal: Waarom dragen dieren geen kleding? Het verhaal met de meeste stemmen lees je natuurlijk direct voor.

opdracht6.png

Wat hebben de leerlingen geschreven of gezegd? En zagen ze direct dat dit Koningin Maxima is? En zegt ze dan ook koninklijke dingen?

Er zijn veel boeken te vinden over monarchieën, democratieën en andere vormen van staatsvormen. Een aanrader wanneer je op zoek bent naar korte voorleesverhalen over o.a. koningen en koninginnen is de serie bundels van Arend van Dam. In het boek Lang geleden beschrijft hij in 50 voorleesverhalen belangrijke zaken uit de geschiedenis van Nederland. En in de bundel Op een dag staan 50 voorleesverhalen over feesten, tradities en ander immaterieel erfgoed, waaronder ook Prinsjesdag en koninginnendag.

2Leeskronkels


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

Geïnspireerd op de creatieve kronkels van de online lesmethode Drama online kun je zogenaamde leeskronkels inzetten op elk gewenst moment. Aan het begin of einde van de dag, na de pauze, in verloren minuten of heel gericht omdat je aan leesbevordering wil doen.
Leeskronkels zijn onalledaagse vragen die je creatieve brein aanzetten en die een beroep doen op je verbeelding en fantasie. Dus geen leervragen waarop maar één antwoord mogelijk is en bedoeld om je kennis te testen, maar uitdagende vragen die je motiveren om eens anders naar dingen te kijken. En wanneer je deze leuke vragen koppelt aan boeken heb je er zomaar een leuke leesbevorderende werkvorm bij!

Hieronder vind je een aantal leeskronkels met boeken die er direct mooi bijpassen. Maar elke tekst die over het thema gaat van de vraag is natuurlijk geschikt om te gebruiken! Denk daarbij ook aan gedichten, artikelen uit het nieuws, een brochure, een column enzovoorts.

"Atlas van de allergrootste reizen" - Philip Steele & Christian Gralingen
De atlas van de allergrootste reizen neemt lezers mee op een fantastisch avontuur naar het onbekende. Met de hulp van een coole virtual reality app, treden ze in het spoor van de belangrijkste ontdekkingsreizigers. Welk gevaar kwamen de reizigers tegen? Hoelang waren ze onderweg? Kinderen zullen versteld staan van de verhalen van deze spannende expedities, die verteld worden aan de hand van prachtig geïllustreerde kaarten en interessante feitjes.
Stel dat er een klein landje tussen België en Duitsland ontdekt wordt. Hoe zeggen de mensen daar goedemorgen?

"Colorama": Het boek over alle kleuren en tinten.
Ga mee op een unieke reis door de wereld van de kleuren en ontdek meer dan 100 tinten, van karmijnrood tot babyroze, van ambergeel tot zijdewit en van kiwigroen tot Toearegblauw. Laat je verrassen door boeiende weetjes over kleur in de wereld om ons heen. Weet je waarom een flamingo roze is? Weet je waar de term indigo vandaan komt? Wat hebben een aardbei en een herfstblad gemeenschappelijk? En hoe komt melk aan zijn witte kleur?
Bedenk een naam voor een nieuw uitgevonden kleur. Wat zou je graag willen hebben in die kleur?

"Thuis in de toekomst" - Madeleine Finlay & Jisu Choi
'Thuis in de toekomst' is een opvallend boek over duurzaamheid met een futuristische insteek. Iedereen weet wel dat klimaatverandering een enorme impact heeft op de planeet. Maar wat niet iedereen weet, is dat er al flink wat bijzondere, futuristische, supergroene en maffe oplossingen zijn verzonnen door wetenschappers. In dit kleurrijke non-fictieboek leren kinderen hoe uitvindingen en wetenschap de klimaatverandering kunnen aanpakken en hoe we duurzamer kunnen gaan leven. Een insectenburger als snack, slijmzwammen als routepijlen, planten als lamp op het nachtkastje... Wat deze dingen gemeen hebben? Allemaal zijn het groene antwoorden op grote en alledaagse klimaatvragen.
Welke uitvinding moet volgens jou nog gedaan worden?

"Beestachtige buren" - Bouwien Jansen & Lotte Stegeman
Voor het zien van wilde dieren hoef je helemaal niet ver te reizen. Ook dicht bij huis scharrelen veel prachtige dieren rond. Sommige ken je wel. Zwijnen bijvoorbeeld, en herten en zeehonden. Maar wist je dat er in ons land ook heel veel onbekende snuiters rondsluipen? Wat dacht je van de eikelmuis? De witsnuitdolfijn? En de franjestaart? In dit boek lees je alles over de wilde zoogdieren bij jou in de buurt. En ontdek je waar je ze in het écht kunt ontmoeten.
En natuurlijk ga je samen op zoek naar de grootte van dieren om te kijken wie de beste lijst heeft gemaakt.
Schrijf het kleinste dier op dat je kent. Hierna schrijf je een iets groter dier op. Net zolang tot je bij het grootste dier bent aangekomen. Hoe lang is jouw lijst?

"De grondel & de garnaal" - Geert-Jan Roebers & Margot Westermann
Leeuwen verslinden zebra's, spinnen vangen vliegen. En als ze elkaar niet opeten, dan zitten dieren elkaar wel op een andere manier dwars. Maar niet altijd. Naast natuurlijke vijanden bestaan er ook natuurlijke vrienden, zoals de vis die samenwoont met een blinde garnaal. Dit boek gaat over vriendschappen in het dierenrijk. Over vriendendiensten, broederliefde en opoffering. Over vrienden voor het leven of voor even. En over valse vrienden, want ook in de dierenwereld zijn vrienden niet altijd te vertrouwen.
Bioloog Geert-Jan Roebers heeft al veel mooie boeken op zijn naam staan. Ook in "De grondel & de garnaal" bewijst hij opnieuw álles te weten over het dierenrijk. Een leerzaam, rijk en origineel non-fictieboek, met vrolijke en speelse illustraties van Margot Westermann
Bedenkt vijf redenen waarom een mug jaloers zou kunnen zijn op een tijger?

3De wereld van het boek


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

Niet alleen een boek vertelt een verhaal, de schrijver en illustrator die erachter zitten hebben ook wat te vertellen! Daarom zoemen we met onderstaande activiteiten verder in op schrijvers en hoe een boek wordt gemaakt. En van daaruit kunnen we verder trekken in de wereld van andere beroepen.

Wie van de drie
We kiezen schrijfster Rashmi Sireshpande, auteur van het boek "Geld" om de quiz mee te starten (het boek zit in een aantal leeskratten, leen het dus bij je collega's). Waarschijnlijk kent niemand haar en dat is precies de bedoeling.
Laat de leerlingen het boek zien, lees de kaft voor en vertel er verder nog niets over. Zet de afbeeldingen hieronder een voor een open op het digibord en behandel de vragen klassikaal. Het zijn vragen die op intuïtie beantwoord moeten worden, de leerlingen hebben geen context om zich aan vast te houden. Natuurlijk vraag je naar de achterliggende gedachten van leerlingen en probeer je de leerlingen met tegenvragen aan het denken te zetten of op andere gedachten te brengen.
De antwoorden op de vragen vind je na de laatste afbeelding. Het antwoord op vraag 3 (wie van de drie) wordt gegeven bij het antwoord op vraag 4.
boek.png
 
1. Is dit boek geschreven door een man of een vrouw?
2. Is zij jonger of ouder dan 35 jaar?
3. wie_van_de_drie.png
4. en_wat_nu.png

Antwoorden op de 4 vragen:
1: Is de schrijver van dit boek een man of vrouw? Het is een vrouw.
2: Is zij jonger of ouder dan 35? Ze is jonger
3: Wie van de drie is schrijfster Rashmi Sireshpande ? Hier geven we nog geen antwoord.
4: We zien nu dat ze allemaal schrijfster zijn met hun eigen geschreven boek in de hand. Maar wie is Rashmi Sireshpande? Het is de dame linksboven, met het dinosaurus prentenboek.
De andere 2 vrouwen zijn aan de rechterkant schrijfster Chinouk Thijssen, die ze misschien kennen van het boek Gegijzeld. En linksonder is Juultje van den Nieuwenhof die Nederlandse jeugdthrillers schrijft en die ze misschien kennen van het boek CTRL A.

We ronden wie van de drie af met de volgende vragen;
- Wat was het beroep van Rashmi Sirdeshpande voordat zij in 2017 meedeed aan een schrijfwedstrijd en daarna schrijfster werd? En waarom denk je dat?
Antwoord: Ze was advocaat.
- Wat is het hoofdberoep van schrijfster Juultje van den Nieuwenhof? En waarom denk je dat? Antwoord: Docent Nederlands en Drama op een vmbo in Tilburg
- Wat wilde schrijfster Chinouk Thijssen vroeger NIET worden? Balletdanseres, prinses, kunstenares of zangeres?
Antwoord: Kunstenares. Terwijl ze dat nu eigenlijk wel geworden is. Een woordkunstenaar.

4Van papier tot boek


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

Weten de leerlingen hoe een boek wordt gemaakt? Start met het maken van een mindmap en noteer daarin alle woorden en zinnen die zij vinden passen bij het proces van een boek maken. Je kan dit klassikaal doen,. Of je laat de leerlingen in tweetallen of individueel een mindmap maken. Probeer zo min mogelijk te sturen en te voeden, waar komen de leerlingen zelf mee?
Kijk eventueel eerst samen naar de instructievideo over het maken van een mindmap en doe het voor met bijvoorbeeld een thema als “vakantie vieren”.
Mindmappen is nuttig en leuk!
Vervolgens kun je een keuze maken uit de filmpjes hieronder, waarbij er steeds een toelichting gegeven wordt op het proces van een boek maken. De twee filmpjes “hoe maak je een boek” beschrijven het hele proces. De andere twee filmpjes gaan over het maken van een bibliotheekboek en het inbindproces.

Leerlingen gaan gerichter luisteren wanneer je ze van te voren een luistervraag meegeeft. Zeker wanneer ze hierbij mogen schrijven/tekenen lukt het veel leerlingen beter om de focus te houden op wat er gezegd wordt. Dit kan bijvoorbeeld op de volgende manieren;
- Vertel dat je het filmpje “Hoe maak je een boek? Uitgelegd door Paul van Loon” gaat kijken. Geef ze vervolgens een invulvel waarop 6 tot 9 vakken staan ( 6 is makkelijker dan 9). Vraag hen in elk vak 1 woord te schrijven waarvan ze verwachten dat ze het gaan horen in het filmpje. Lidwoorden en korte woordjes zoals de/het/een/op/in mogen daarbij niet genoemd worden. Het moeten zelfstandige naamwoorden of werkwoorden zijn. Geef een aantal voorbeelden. Bij een filmpje over Formule 1 kun je woorden als race/ Max/ronde/pitstop/rijden/circuit verwachten.
Wanneer iedereen alle vakken heeft ingevuld kijk je het filmpje en mogen ze het woord aanstrepen wanneer ze het horen. Wie heeft er na afloop alles aangekruist? En weten ze nog waar het woord genoemd werd?
- Gebruik hetzelfde invulvel als hierboven, met een aantal vakken erop, en vraag de leerlingen om tijdens het luisteren naar een ander filmpje, bijvoorbeeld Hoe maak je een boek? Deel 5 bij de drukker de voor hen nieuwe of moeilijke woorden te noteren, in elk vak 1 woord. Hier is het beter 4 vakken te geven en die allemaal ingevuld te krijgen, dan 9 vakken waar de helft van leeg blijft. Om ze te stimuleren kun je aangeven dat jij meeschrijft en dat je elk woord waarvan je denkt dat het lastig voor ze is, ook opschrijft. En dat je na afloop jouw woorden met ze deelt om te kijken of het matcht.

Heb jij bijvoorbeeld het woord manuscript opgeschreven en 15 leerlingen niet? Dan vraag je natuurlijk naar de betekenis van dat woord, met een grote kans dat ze de betekenis niet weten en dus snappen dat ze een volgende keer bij deze oefening echt alle woorden mogen opschrijven die ze niet kennen en dat dit niet erg is.
- Bij deze opdracht doen de leerlingen niets extra's tijdens het kijken, maar daarna. In dit geval gebruiken we het filmpje “hoe worden boeken ingebonden? Wanneer het filmpje klaar is vullen ze het werkblad in dat ze van je krijgen. Hierop staan de volgende 3 kolommen:
1: Teken of beschrijf hieronder een beeld dat je onthouden hebt, of leuk vond uit het filmpje
2: Teken of beschrijf hieronder waar dit filmpje je allemaal aan doet denken. (associëren!)
3: Teken of beschrijf hieronder de stappen die je nog weet van hoe een boek wordt ingebonden.
(deze laatste vraag kun je aanpassen naar gelang de inhoud van het filmpje dat bekeken is. Vraag 1 en 2 kunnen bij elk filmpje).

Hoe maak je een boek? Uitgelegd door Paul van Loon.
Hoe maak je een boek? Deel 5 Bij de drukker, met Jozua Douglas:
Hoe maak je bibliotheekboeken? Doen ze dat zo?:
Hoe worden boeken ingebonden? Doen ze dat zo?:

Je kunt nog veel meer leuke dingen bekijken en doen wanneer het over boeken moet gaan!
Verdiep je eens samen in het werk van Yoojin Kim , zij is een master paper engineer en designer, dat is dus een echt beroep! Ze maakt de mooiste en leukste pop up kaarten. Vervolgens zijn er veel meer interessante links naar andere pop up boeken en manieren om deze zelf te maken. Yoojin Kim master paper engineer and designer.

Paper engineer en designer Peter Dahmen maakt ook fantastische pop up kaarten en papierkunst.

En weten de leerlingen eigenlijk wel hoe al die duizenden verschillende boeken bij boekwinkels terechtkomen?
Wat is het centraal boekenhuis? Ext Doen ze dat zo?

5Beroepen


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

"Van boswachter tot YouTuber", Arwin Kleijngeld
In dit boek staan 25 beroepen beschreven in de vorm van een interview met iemand die dit beroep heeft. Elk beroep wordt volgens een vast stramien toegelicht, en het begint steeds met het geven van 3 termen die horen bij het beroep. Daarna volgen diverse rubrieken die gaan over de inhoud van het beroep, hoe de werkdagen eruit zien, met wie je samenwerkt enzovoorts. De laatste 2 rubrieken zijn bij elk beroep weer hetzelfde. Er wordt een geheim gedeeld over het beroep en er wordt verteld hoe je dit beroep later kunt uitoefenen.

De 3 termen die iets over het beroep vertellen kunnen als startvraag dienen.
Weten de leerlingen over welk beroep het gaat? Bijvoorbeeld; bij dit beroep horen de 3 woorden “onderzoeker”, “oog voor detail”, “geduldig”. Welk beroep is het?
Geef eventueel als hulpmiddel de inhoudsopgave erbij waarop alle 25 beroepen staan vermeld. Welke beroepen vallen zeker af? Laat leerlingen zelf of in tweetallen raden.

In het voorbeeld gaat het om de forensisch onderzoeker. Wat weten ze al van dit beroep? Welke woorden schieten te binnen? Maak een woordweb of mindmap.
Vervolgens lees je het interview-verhaal voor. Je kunt ook voorafgaand aan het voorlezen van een stukje vragen aan de ll. of ze een idee hebben waar het over gaat. Bij de forensich onderzoeker staat bv de tussentitel “verdrietig”, wat zou daaronder beschreven worden? Wat zou er verdrietig kunnen zijn aan of bij het beroep forensisch onderzoeker? (leesstrategie voorspellen).

"De chocoladetandarts en 237 andere waanzinnige beroepen", Tosca Menten
De ondertitel van dit boek is “en 237 andere waanzinnige beroepen”. In dit boek worden dus 238 waanzinnige beroepen beschreven, soms in een verhaal, soms in een tekening die op 1 bladzijde staat en soms in een interview van 3 vragen aan de professional die het beroep heeft. Het zijn vaak grappige en gekke beroepen, waarvan we weten dat ze niet echt bestaan, maar het erover nadenken maakt het wel interessant.
Een vaste en terugkerende rubriek is o.a. de “vroeger waanzinnig normaal” rubriek, waarbij beroepen uit de oudheid worden toegelicht. Weten de leerlingen bijvoorbeeld wat een porder is? Voor wie de billenveger werkte? Wat een lantaarnopsteker precies deed en wat een voorproever moest doen?
Of zet blz. 64 en 65 in beeld op het digibord of deel kopieën uit van de professionele sfeerbedervers. Dat zijn de mensen die je inhuurt wanneer je naar een feestje of evenement moet waar je geen zin in hebt. Lees de beschrijving bij elke sfeerbederver voor of laat deze voorlezen, kunnen ze zelf nog een sfeerbedervernaam bedenken? En wat doet deze sfeerbederver dan om de sfeer te verpesten?

De rubriek “vacatures en advertenties” komt ook regelmatig terug, waar gesolliciteerd kan worden op de meest vreemde banen. Bekijk samen de advertenties en laat leerlingen vervolgens zelf of in tweetallen een advertentie opstellen.

"Te gekke beroepen die echt bestaan", Natalie Labarre
In dit boek vind je vooral veel kleur en tekeningen die samen met korte stukjes tekst je een hoop informatie geven over allerlei vreemde en onbekende beroepen. Vaak door middel van tegenstellingen op 2 bladzijden; wil je een spannend beroep, of houd je het liever wat rustiger? Of door het koppelen van eigenschappen aan beroepen, als je heel geduldig bent moet je misschien maar Imaxschermschoonmaker worden en visueel ingestelde mensen kunnen kleurvoorspeller worden.
Dit boek leent zich goed om samen hardop te lezen, voor te lezen en over door te praten. Te raden en voorspellen en zeker ook om zelfstandig door te laten bladeren. Geef een leerling vooraf dan een kijk- of denkvraag mee, zoals “maak een top 3 van beroepen die je zeker NIET zou willen hebben” of “kies 3 klasgenoten uit en koppel hen aan een beroep dat je tegenkomt in het boek. Waarom vind je dat beroep bij die klasgenoot passen? Of misschien raken ze geïnspireerd door de vele leuke tekeningen en willen ze zelf een tekening maken van een gek beroep.

Wil je meer lezen en weten over beroepen? Kijk dan op de themapagina beroepen Ext van de website leesbevordering in de klas, welke gemaakt werd in 2021 toen De Kinderboekenweek over beroepen ging.

6Luisteren naar online verhalen


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

"Ondergedoken als Anne Frank" vertelt de verhalen van onderduikers, die net als Anne Frank in WO II ondergedoken hebben gezeten. Je kunt de verhalen voorlezen of je kunt ze beluisteren. Op de website Ext staan alle verhalen als los audiofragment. De verhalen duren zo'n 18 tot 30 minuten en zijn daardoor geschikt om in 2x te beluisteren. Bv in de ochtend het ene deel en later op de dag het tweede deel.
De website biedt nog meer moois om met dit boek te werken. Bovenaan vind je het submenu “kaart”. Hier zie je een kaart van Nederland met daarnaast alle namen van de hoofdpersonen uit de verhalen, die dus elk hun eigen onderduikverhaal vertellen. Wanneer je op een naam klikt zie je de route verschijnen in de kaart van de adressen die het kind gehad heeft tijdens het onderduiken.

Wanneer de leerlingen bekend zijn met het boek en de kaart hebben gezien kun je de opdracht geven aan een tweetal om een verhaal uit te zoeken wat zich bijvoorbeeld afspeelt rondom de eigen woonplaats. Ze kunnen hierbij een atlas of google maps gebruiken. Of je doet dit klassikaal op het digibord. Een eenvoudigere opdracht is bv het zoeken van een verhaal dat zich in het zuiden of noorden afspeelt. Weten ze dan ook hoe die provincie heet?

De verhalen lenen zich heel goed om samen na te praten over de beleving. Welke emoties hoorden ze terug in het verhaal? Waren er momenten van blijdschap, boosheid, angst of verdriet?
Om leerlingen gericht te laten luisteren kun je ze vooraf een blaadje geven waarop de 4 emoties staan. Telkens wanneer ze iets horen wat bij een emotie hoort zetten ze een streepje. Wanneer dit een paar keer geoefend is kun je vragen of ze het woord noteren dat ze hoorden en dat bij de emotie past.

Een andere variant is het laten noteren van alle plaatsnamen die voorbij komen. Daarna kijk je samen op een kaart op het digibord waar de hoofdpersoon uit het verhaal allemaal gezet heeft.
Ook het laten tekenen van iets dat ze horen kan leerlingen helpen gericht te blijven luisteren.

7Verder luisteren binnen het thema Wereldoorlog II


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

Wanneer werken met "Ondergedoken als Anne Frank" bevalt en je wilt verder oefenen met online luisteren kan ik je onderstaande podcast aanbevelen;
Oorlogsstories extra Ext
Een podcast van NPO Zapp en de EO, genaamd 'oorlogstories extra'. In 6 korte verhalen, die zo'n 5 tot 8 minuten duren, hoor je de verhalen van jongeren die WO II meemaakten.

Heb je alle verhalen geluisterd? Dan kan je hier Ext nog meer geschikte podcasts beluisteren.
Of beluister het themaverhaal op houten banden Ext In Op houten banden wordt het verhaal verteld van de bevrijding van Nederland in 1944-1945. In vijf afleveringen volg je Leenderts (fictieve) verhaal, dat wordt verteld door Lisa Wade, bekend van Het Klokhuis. Elke aflevering duurt ongeveer een kwartier.

De podcast is gemaakt door o.a. het Nationaal Comité 4 en 5 mei en zij hebben ook gratis lesmateriaal Ext beschikbaar voor po en vo. Ik vind het aanbod voor vo zeer geschikt voor jullie doelgroep, met name de lesbrief genaamd jong in oorlog. Het belicht verschillende kanten van oorlog en vrijheid middels filmmateriaal en interactieve activiteiten.

Gebruik het luisteren naar verhalen:
- Voor een moment van ontspanning, zonder opdrachten, vragen om een eerste reactie na het luisteren is wel fijn, vraag dan naar beleving, niet naar informatie.
- Bij je taalonderwijs. Geef gerichte luistervragen mee, voer een klassengesprek na afloop, of laat de leerlingen op een andere manier reageren op het verhaal.
- Om kennis op te doen. Over WO II, maar ook over andere onderwerpen. Er zijn inmiddels podcasts verschenen over vele thema's en onderwerpen, die gratis te beluisteren zijn.

8Creatief schrijven bij het boek


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

“Creatief schrijven is een fantastische manier om op je eigen taal te komen. Om te ontdekken waar de woorden zijn, om te leren hoe je bij die woorden kunt komen, om woorden te vinden voor wat je denkt, voelt en ziet. Het geeft zelfvertrouwen als je weet dat je dat vermogen bij jezelf kunt aanboren. Juist leerlingen die cognitief niet zo taalvaardig zijn, komen bij creatief schrijven tot hun recht…”

Zo begint het boek 'Weten waar de woorden zijn' van Mariet Lems. En het geeft ook meteen aan waarom juist creatief schrijven helpend kan zijn bij het groter maken van de taalbasis van leerlingen in het PRO. Wanneer je op een andere manier met taal werkt, meer vanuit de creativiteit en speelsheid dan vanuit de functie en taalregels, boor je andere vaardigheden aan die je weer helpen bij het uitbreiden van je taalvaardigheden.
Veel taalmethodes hebben aandacht voor het onderdeel 'stellen' en ook vanuit de kerndoelen PO en VO moet hier aandacht voor zijn. Echter ervaren leerkrachten dat juist stellen moeilijk wordt gevonden en daardoor als saai wordt ervaren.
Creatief schrijven is absoluut iets anders dan stellen, omdat het bij creatief schrijven altijd om het proces gaat en niet om het eindproduct. Omdat er veel minder regels en voorwaarden zijn dan bij stellen vaak het geval is.
Het gaat bij creatief schrijven ook niet om het schrijven van verhalen, brieven of recepten. Creatief schrijven kan van alles zijn, maar verloopt altijd volgens 4 fasen:

Introduceren – inventariseren – inzoomen – inlijsten

Oftewel fase 1 is de introductie op het onderwerp. Een prikkelende vraag, een voorleesverhaal, alles om de gedachten gang alvast aan te zetten en woorden wakker te maken
Fase 2 is de fase van de verbeelding. Door onderzoek en inventarisatie kom je erachter wat je al aan woorden hebt. Door associaties, ervaringen delen, luisteren en praten maak je je denkbeeldige woordweb groter. Deze fase kost de meeste tijd, maar levert ook het meeste op.
In fase 3 zoomen de leerlingen in en gaan ze aan de slag. Van het noteren van een aantal woorden of zinnen, tot het maken van een taaltekening, een slogan, een gedachtespinsel of een verhaal. Het product wordt geschreven als logisch vervolg op fase 2.
En tenslotte de belangrijke 4e fase van het inlijsten. Het durven delen van je schrijfsels met anderen en het bewonderen van ieders product. Met aandacht voor het proces, hoe kwam iemand tot dit idee en geen aandacht voor spelling, grammatica of correctheid van inhoud. Dat is voor een andere les!
Wanneer je volgens deze 4 fasen gaat oefenen met creatief schrijven zal je ontdekken dat echt élke leerling de mogelijkheid heeft om creatieve schrijfsels te maken, waar naar alle waarschijnlijkheid ook nog plezier aan wordt beleefd.

Het onderwerp oorlog en vrijheid richt zich voornamelijk op beleving en gevoel, waardoor het heel goed gebruikt kan worden voor creatieve schrijfopdrachten.
Hieronder een aantal suggesties, maar kijk ook zeker in het boek 'Weten waar de woorden zijn', van Mariet Lems, voor meer fantastische ideeën en werkvormen.

In het boek "Weten waar de woorden zijn" van Mariet Lems vind je verschillende schrijf opdrachten om met deze fases te oefenen, voorbeelden hiervan zijn de volgende:
1. Het contragedicht: (blz 218 t/m 221 in het boek)
2. Het triolet: (blz. 320 t/m 324 in het boek)
3. Acrostichon: (blz. 326 t/m 327 in het boek)

9Spelen met poëzie


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

Poëzie is niets anders dan ritmische taal. Een manier van spreken en schrijven waarbij je de regels los mag laten, woorden anders mag gebruiken, en waarbij je niet altijd zegt of schrijft wat je nou precies bedoelt. Spelen met taal dus.
Poëzie mag en kan daardoor dus toegankelijk zijn voor iedereen. Geen literaire verzen waarbij gezocht moet worden naar 4 lagen van betekenis, maar genieten van de kunsten die onze taal rijk is.
Daarvoor heb je een grote woordenschat nodig, een taalervarings-basis in je hoofd waar al die woorden en zinnen in opgeslagen zitten. Door veel te spelen met taal word je enthousiast over taal en vergroot je je taalkennis op een leuke manier. Je gebruikt de creatieve delen van je brein en leert anders te kijken naar dingen. Zonder dat je het doorhebt voedt je zo je woordenschat enorm.
Onderstaande bundels maken het makkelijk om elke dag een gedicht voor te dragen (declameren). Dit is anders dan voorlezen, waarbij de nadruk ligt op het zo goed mogelijk overbrengen van de inhoud van het verhaal. Bij poëzie declameer je, oftewel je draagt de inhoud zo goed mogelijk voor met gevoel voor de inhoud en het ritme.

- "Applaus voor mijn vinger" - Erik van Os
- "Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt" - Edward van de Vendel & Martijn van der Linden
- "Laat een boodschap achter in het zand" - Bibi Dumon Tak & Annemarie van Haeringen

Na het declameren
- Vraag om eerste reacties. Wat vond je van dit gedicht? Mooi, lelijk, moeilijk, makkelijk, en waarom?
- Stel vragen over de inhoud. Het liefst met het gedicht zichtbaar op het bord of op papier voor elke leerling.
- Bespreek samen de poëtische kenmerken van het gedicht; rijmen er woorden op elkaar? Weten ze wat een rijmschema is? Beginrijm, middenrijm en eindrijm? Zit er figuurlijk taalgebruik in? Woordgrapjes?
- Wil iemand anders het ook eens proberen te declameren? Misschien niet het hele gedicht maar 1 of 2 strofes? Met of zonder voorbereiding?
- Verdeel de zinnen over de leerlingen en declameer om de beurt een regel.

10Een ketengedicht bij het onderwerp oorlog en vrijheid


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

''In tijden van oorlog was ik nog klein
Fijn en veilig was ik nooit bang
Lang voordat de kanonnen vuurden
Stuurde mijn moeder mij gewoon naar school
Vol hoop zag ik mijn toekomst in
Ging ik na zo'n dag gewoon naar huis
Thuis waar stilte klonk
Zonk ik weg in vrede
Beneden waar mijn vader huilt
Schuilt de angst voor oorlog
Toch stiekem in ons hart''

Een ketengedicht is een vorm van een schrijfsel waarbij losse zinnen onder elkaar worden gezet en dus niet doorlopen op de volgende regel. Het laatste woord van de zin rijmt op het eerste woord van de volgende zin. Hierdoor krijg je tijdens het lezen en vooral tijdens het hardop voorlezen een mooi ritme, met nadruk op steeds dat laatste en eerste woord.
Volgens de fases van het creatief schrijfproces ga je eerst het thema introduceren, dat kan natuurlijk middels 1 van de onderduikverhalen uit het boek. Je kan dit voorlezen of online beluisteren. Vervolgens ga je door met fase 2, het inventariseren, oftewel kijken welke woorden je al hebt rondom het thema. Middels een gezamenlijk woordweb, associeeroefeningen, gesprekken of het kijken van filmpjes verzamelen de leerlingen hun woorden. Omdat er bij een ketengedicht gerijmd mag worden kun je ook aandacht besteden aan rijmwoorden of rijmoefeningen doen. Of gebruik een hulpsite zoals www.rijm.nu
Daarna is het tijd voor fase 3, het inzoomen op de woorden en het thema en dus daadwerkelijk aan de slag met de verzamelde woorden en ideeën. Om ze op weg te helpen kun je deelvragen op het bord zetten:
- Ga je schrijven over oorlog of over vrede?
- Ga je schrijven vanuit een 'ik-figuur' of vanuit een 'hij-zij figuur'
- Schrijf je over een mens of een dier?
- Is jouw hoofdfiguur een goed of een kwaad persoon? De vijand of niet?
- Geeft jouw schrijfsel hoop? Of is het verdrietig?


Te moeilijk?
Geef de leerlingen dan beginzinnen die ze af mogen schrijven en doe dit nog zonder de rijmwoorden, dus alleen 6 tot 8 zinnen op papier over het onderwerp. Begeleid deze oefening zin voor zin:
- ik ga schrijven over ..... (oorlog, vrijheid, kanonnen, soldaten etc.)
- ik ben een ..... (mens, dier, ding)
- ik voel mij ..... (een gevoel of emotie)
- dat komt omdat ..... (een reden voor de emotie)
- ik zou willen dat ..... (schrijf hier een gevoel of wens)
- morgen ga ik ..... (een activiteit of gebeurtenis)
- want dan ..... (een gevolg van die activiteit)
- ik ga schrijven over ..... (een ander woord dan in zin 1)


Voor degene die wil of het denkt te kunnen mogen ze nu proberen het laatste woord van een zin te laten rijmen op het eerste woord van de volgende zin. Daarbij mogen ze de woorden best veranderen en het eerste schrijfsel dus gaan aanpassen. Voor degene die dit moeilijk vinden kun je kijken of in duo's werken kan helpen of je laat ze een kader tekenen om het gedicht. Dit kan grafisch zijn, zoals hieronder, of meer beeldend met kleine tekeningetjes eromheen. En natuurlijk vraag je aan het eind van de les wie zijn ketengedicht wil declameren (oftewel voorlezen!).

11Black poetry bij het onderwerp oorlog en vrijheid


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

Bij black poetry, in het Nederlands ook wel 'Stiftgedicht' genoemd, gaat het om het wegstrepen van woorden en het laten overblijven van mooie woorden die samen iets zeggen. Hiernaast zie je een voorbeeld. Hier is alles weggestreept en onleesbaar gemaakt, behalve de 9 vooraf gekozen woorden. Deze zijn met witte lijnen als een soort van paadjes met elkaar verbonden, zodat je de volgorde ziet. Kijk via google bij afbeeldingen naar de meest prachtige creaties om de leerlingen te inspireren (en uit te dagen!).

Kijk hier (www.schrijvenonline.org) Ext voor de werkwijze en leuke lessuggesties! Of bekijk één van de vele voorbeeldfilmpjes op YouTube. Zoek daarbij op stiftgedicht voor Nederlandse voorbeelden en op black poetry voor Engelse voorbeelden.

De opdracht krijgt meer inhoud wanneer je de leerlingen een bladzijde geeft uit een boek dat ze voorgelezen of gehoord hebben, zodat ze weten waar de tekst over gaat en welk verhaal erachter ligt. Kopieer dus voor iedereen dezelfde bladzijde uit zo'n verhaal of geef ze de keuze uit 3 verschillende bladzijdes, waarbij het aantal woorden op de bladspiegel oploopt en men dus kan kiezen wat men prettig vindt. Zorg voor voldoende zwarte stiften en leg iets onder de blaadjes i.v.m. doordrukken.
stiftgedicht1.jpg
 

12Knipgedicht


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

Zelf een gedicht schrijven is nog niet zo makkelijk. Daarom is de werkvorm van het knipgedicht een toegankelijke manier voor iedereen om met bestaande woorden en zinnen een creatief schrijfsel te maken.

Er zijn verschillende varianten mogelijk om te werken met een knipgedicht;
Declameer een gedicht. Deel vervolgens kopieën uit van het gedicht en laat elke leerling de zinnen losknippen. Vervolgens mag de volgorde van de zinnen veranderd worden en gelegd worden tot een nieuw gedicht. Dit kan eventueel worden opgeplakt op een vel papier.
Makkelijk? Laat dan ook woorden los knippen en maak een nieuw gedicht door woorden en zinnen op een andere volgorde te leggen. Lukt het leerlingen om los te komen van de oorspronkelijke inhoud? Kunnen ze woorden een andere betekenis geven? Laat de leerlingen bij elkaar kijken tijdens een rondje door de klas en vraag wie zijn gedicht wil declameren.

Een andere variant begint met het geven van losgeknipte zinnen en woorden in een envelop. (taak voor andere leerlingen bij een praktijkles? Indien ze gelamineerd worden kunnen ze vaker gebruikt worden). De leerlingen hebben nu geen voorbeeld gehoord en weten niet wat de originele volgorde is van dit gedicht. Door de woorden en zinnen te lezen gaan ze zelf betekenis en inhoud geven aan het verhaal. Je kunt ervoor kiezen om hoofdletters en punten te vermelden, want dan zet je ze al op een spoor van begin- en eindwoorden. Moeilijker wordt het wanneer je alle woorden hetzelfde maakt. Laat leerlingen, eventueel in tweetallen, eerst zelf even stoeien met de woorden en gebruik de eerste keer een kort gedicht. Gaan ze logisch aan de slag door bv te kijken naar werkwoorden en persoonlijke voornaamwoorden? Kunnen ze de regels los laten van grammatica? Want in een gedicht heb je altijd dichterlijke vrijheid en hoeft een zin niet perse grammaticaal in orde te zijn.
Gedurende de les kun je ervoor kiezen de eerste zin van het oorspronkelijke gedicht vrij te geven. Om ze op weg te helpen of een idee te geven, vooral voor degene die het lastig vinden.
Laat de leerlingen het gedicht dat ze maakten op tafel neerleggen. Laat ze daarbij goed kijken naar hoe de zinnen en regels lopen. De vorm van een gedicht is belangrijk en helpt bij het declameren. Zinnen zijn vaak niet zo lang of breken af op een bijzonder punt. Laat ze daarna rondlopen om bij elkaar te kijken. Vraag naar eerste reacties. Wat is opgevallen? Wat vond je mooi, grappig, interessant? Wie wil zijn gedicht declameren?

Eindig de les met het declameren van het oorspronkelijke gedicht en laat het zien op het bord.
Los van bestaande gedichten kun je ook een knipgedicht maken met stukken zin, woorden of zelfs losse letters uit andere bronnen. Denk aan kranten, tijdschriften, brochures e.d. Hieronder de te volgen stappen:
- Verzamel gevarieerd drukwerk, zoals kranten, tijdschriften en folders.
- Knip interessante en bruikbare zinnen en woorden uit.
- Leg uitgeknipte woorden en zinnen naast en onder elkaar.
- Bedenk bij het rangschikken welk gevoel je wilt overbrengen.
- Let ook op variatie in kleur, lettertype en lettergrootte.
- Zie je mooie letters die je los wilt gebruiken?
- Lees je knipselregels een aantal keer hardop.
- Knip en schuif tot je tevreden bent over inhoud, ritme (metrum) en vorm.
- Neem een vel papier (A-4 of A-3) en plak je knipselgedicht op.
- Klaar is je knipselgedicht, hang ze bij elkaar op als een tentoonstelling.
- Maak eventueel foto's voor in een portfolio, nieuwsbrief of schoolkrant.

13Raadgedicht


ONDERSTAANDE OPDRACHT IS GEMAAKT DOOR ANIKA VERSCHUUR VOOR PRO LEERLINGEN.

Schrijfster Rian Visser begon in 2015 in samenwerking met Het Poëziepaleis, de website www.raadgedicht.nl Ext om kinderen en leerkrachten te stimuleren meer met gedichten te doen op een laagdrempelige en leuke manier, bedacht zij de vorm van het raadgedicht. Bestaande dichters schrijven een nieuw gedicht maar daarbij wordt 1 woord verstopt onder een rode balk. Samen met de klas ga je raden welk woord er op die plek moet staan.

Het werkt als volgt. Gedurende het jaar wordt Raadgedicht steeds in blokken van 10 weken online gezet. Je hebt de variant van leeftijd 10+, welke van september tot november online staan en je hebt de variant van 14+, welke vanaf eind januari (start van de Poëzieweek) online staan. Het gedicht Herfst hierboven is uit de 10+ categorie, het gedicht Bladraket uit de 14+ categorie.

Laat je niet foppen door de 10+ leeftijdsaanduiding, deze gedichten zijn bedoeld voor bovenbouw primair onderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs. De 14+ categorie is voor hogere vo groepen en volwassenen, maar ik raad je aan om bij beide categorieën te kijken naar iets geschikts voor je groep.
Elke week op maandagochtend komt in die periode het nieuwe raadgedicht online. Je bekijkt het gedicht met de klas en bedenkt samen wat er kan staan. Je kijkt daarbij naar kenmerken zoals rijm, ritme (metrum) en betekenis. Na een eventuele stemming of het eerst zelfstandig laten bedenken en dan samen tot een antwoord komen, kun je gedurende de week de inzending insturen middels een formulier dat op de website staat. Je kunt dit als groep van een school doen maar ook individueel. Op vrijdagochtend wordt de oplossing bekend gemaakt en kun je zien welke woorden er landelijk ingezonden zijn. Dit doen ze via een woordwolk, waarin de oplossing in het rood geschreven staat en de grootte van het woord aangeeft hoe vaak het woord gekozen is. De inzendingen die het goed hadden komen in de eregalerij en aan het einde van het blok wordt een winnaar bekend gemaakt.

Alle Raadgedichten van 2015 tot nu zijn verzameld op de site en kunnen nog altijd gespeeld worden! Het enige dat ontbreekt is het insturen van de inzending, maar door zelf het Raadgedicht op maandag te bekijken en de oplossing op vrijdag prijs te geven kun je toch een blok van 10 weken nabootsen in je klas. Houd eventueel een eigen erelijst bij met goede antwoorden en kijk wie er na 10 weken de meeste goed had.

Sinds een aantal jaar worden er bij elk Raadgedicht lesideeën bedacht en zie je een filmpje van de dichter die reageert op de ingezonden oplossingen en uitlegt waarom hij gekozen heeft voor dat ene woord. Hierdoor kun je het meedoen aan raadgedicht makkelijk omtoveren tot een zeer leuke werkvorm van leesbevordering.

Verder uitbreiden?
Hang een uitgeprinte versie van het raadgedicht op in de teamkamers, op leerling toiletten, in de aula of waar dan ook, met stift of potlood erbij en raden maar!
Tijdens rekenen/wiskunde de antwoorden verzamelen, lijsten maken, een woordwolk met oplossingen, grafieken van de uitslagen en natuurlijk een winnaar trekken!

14Maak een stopmotion van je boek


Maak van een van je drie boeken een stopmotion. Kijk bij Maak een stopmotion over je boek De Weddenschap voor tips van kunstenaar Ida Buijs. Onder de inzendingen wordt een prijs verloot door de bibliotheek.

15Verplaats je in één van de personages


nieuwsindeklas.pngDeze opdracht is gemaakt door Nieuws in de klas. Met deze opdracht wordt het lezen van nieuws gecombineerd met het lezen van fictie. Leerlingen kruipen in de huid van het hoofdpersonage van een boek. Vanuit dit perspectief lezen de leerlingen artikelen uit het nieuws.
Om een beeld van het hoofdpersonage te hebben gaan ze op zoek naar fragmenten waarin duidelijk wordt wat het personage voelt en denkt. Daarnaast noteren ze de interesses van het hoofdpersonage. Door deze lessuggestie ervaren leerlingen dat hetzelfde nieuws verschillend ontvangen kan worden. Daarnaast leren ze zich inleven in een personage uit een boek.
www.nieuwsindeklas.nl Ext

16Een Recensie


vo-content-logo.jpgLeerlingen schrijven een recensie over het boek dat ze hebben gelezen. Op Wikiwijs staan tips hoe leerlingen een goede recensie kunnen maken. Vraag de leerlingen ook de recensie te uploaden op de website bij de gekoppelde boeken, zodat andere leerlingen dit kunnen lezen wanneer ze een keuze maken voor een nieuw boek.
www.wikiwijs.nl Ext

MBO


Voor het mbo is er een apart document hoe De Weddenschap ingezet kan worden.
>Document Tips voor MBO (PDF)
 

Praktijkonderwijs


Steeds meer scholen voor praktijkonderwijs doen mee aan De Weddenschap. Ook laagtaalvaardige leerlingen uit schakelklassen of speciale taalklassen doen mee aan De Weddenschap. Voor elke leerling bestaat een boek op niveau. Stripboeken bieden ook vaak een uitkomst door de combinatie van tekst en beeld.
>Document Lezen Praktijkonderwijs (PDF)
>Document Kernleerplan burgerschap vmbo (PDF)